Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

MADAFOCUS
Lot 512 E 43 Tsarasaotra
Antsirabe 110
Madagascar

Vragen over Madagaskar gelieve te sturen aan: frank@madafocus.be

Tel: +261 (0) 32 05 087 51

RCS : 2013 B 00004

NIF : 2 001 121 445

STAT : 63319 12 2013 0 00121 

Licence:
043-13/MINTOUR/SG/DGDT/DAIT/SAT



ENGLISH

Facebook pagina

Foto's

Nieuws

Reizen op maat

Groepsreizen

Partners

 

“Daar tegen de boom, met zijn hoofd naar beneden gericht, zie je de uroplatus sikorae, een van de twaalf bekende soorten bladstaart gekko’s,” zegt Florent terwijl hij naar de stam van een conifeer wijst. Ik doe alle moeite van de wereld om tussen de grillige tekeningen van  de schors en de daarop gevormde korstmossen een hagedisachtige te ontwaren maar ik faal. Er is absoluut niets te zien. Tot plots één van mijn gasten het wezentje van heel dichtbij aanwijst met een tak. Met veel moeite ontwaar ik iets dat op een reptielenhoofd lijkt. Het is inderdaad een gekko die met zijn kop naar onderen gericht tegen de boom aanplakt. Het beestje demonstreert hier een meesterlijke vorm van camouflage. Het bootst feilloos de kleur en het patroon van de boom waarop het rust na. “Men vermoedt,” vervolgt Florent, “dat bladstaart gekko’s steeds met hun hoofd naar onderen gericht rusten om reflectie in hun ogen te vermijden en hun reeds uitmuntende camouflage hierdoor extra te optimaliseren.”

 

Florent is natuurgids in het Andasibe-Mantadia Nationaal Park (voorheen Périnet) in het oosten van Madagaskar. Mijn groep en ik zijn naar dit regenwoud gekomen om naast gekko’s en andere reptielen vooral op zoek te gaan naar de grootste der lemuren: de Indri indri (kortweg indri). Net als wij zijn lemuren primaten. Ze delen enkele kenmerken met voorouderlijke primatensoorten, dewelke de meer geavanceerde apen en mensapen verloren zijn. In de tijd dat de eerste primaten zich ontwikkelden, ongeveer 60 miljoen jaar geleden, was Madagaskar reeds lang van Afrika weggedreven. Wetenschappers vermoeden dat lemuurachtige primaten op het eiland terechtkwamen door middel van drijvende vegetatie die losraakte van het oude continent. De meeste roofdieren en alle mogelijke concurrenten van lemuren bleven achter waardoor deze vroege primaten ongeziene kansen kregen zich te diversifiëren. Op dit moment zijn er bijna honderd soorten lemuren. De allerkleinste is de Madame Berthe’s muislemuur, die makkelijk in een theekopje past; de grootste is de indri, een teddybeer die bijna driehonderd keer zwaarder weegt. En het is voor deze laatste dat we hier zijn!

 

Florent blijkt een wandelende encyclopedie te zijn voor wat betreft het hoofdstuk dat de flora en fauna van Madagaskar aangaat. Hij leert ons dat de indri staand ongeveer een meter lang meet, zijn staart vrijwel onzichtbaar is en dat hij met zijn zwart-witte kleur en teddybeerachtige kop eerder op een verloren gelopen panda dan op een lemuur lijkt. In 1927 werd het gebied een speciaal reservaat voor deze primaat die enkel hier voorkomt. Florent vertelt dat een van zijn voorgangers in die tijd een groep Franse naturalisten mee op sleeptouw nam die op zoek was naar de grote lemuur. Bij het spotten van het beest riep de gids indri indri, wat in de lokale taal ‘daar is ie’ betekent. Sindsdien is het dier wereldwijd bekend onder die naam. In het Mallagasisch heet de Indri Babakoto wat ‘vader van Koto’ betekent. Een lokale legende beschrijft het verhaal van de jongen Koto die een boom beklom om honing te zoeken. Het kind werd plots overvallen door een zwerm stekende bijen, verloor zijn grip en viel. Hij werd echter door een indri gegrepen en in veiligheid gebracht. Sindsdien is het taboe om een indri te doden.

 

Het pad dat we volgen slingert omhoog en omlaag door het stomende regenwoud. Om niet te verdrinken bouwen mieren hun nesten in de bomen. “De meeste planten zijn medicinaal,” legt Florent uit, “de mensen hier trekken eerst naar het bos om een kwaal te helen en pas als alle natuurlijke middelen zijn uitgeprobeerd gaan ze naar de dokter.” Ook lemuren gebruiken de medicinale planten om zich te genezen. We zien kurkentrekkervormige bomen. In tegenstelling tot de wurgvijg die haar slachtoffer overleeft sterft hier de liaan die zich om de steeds dikker wordende boom heeft gedraaid. De massieve bomen in het natte bos fungeren als gastheer voor diverse paddenstoelen en orchideeën. De bruine- en bamboelemuren die ook in het woud voorkomen zijn gek op  de eerste. Over de riviertjes die we langskomen hangen grote spinnenwebben als vliegenvallen boven het kabbelende water. Vogelnestvarens, hangende cactussen en reizigerspalmen geven ons het gevoel doorheen een mega tuincenter met de duurste planten te wandelen.

 

Een gat in een boom duidt op een voederplaats van de aye-aye. Deze bizarre lemuur is zo ongewoon dat hij niet enkel het enige exemplaar binnen zijn genus is maar ook van zijn familie (Daubentoniidae). Dit nachtactieve diertje heeft een disproportionele lange en vlassige staart; oren die lijken op schotelantennes en het geluid van een knagende larve in een boomstam kunnen detecteren; knaagdierachtige tanden die nooit stoppen met groeien; klauwen in plaats van nagels (behalve op de grote teen); tepels tussen de achterste benen; en vooral een onwaarschijnlijke middelvinger. Deze extreem dunne, vleesloze vinger lijkt veel langer dan de andere maar is het niet. Terwijl de aye-aye zijn andere vingers opgetrokken houdt werkt hij met de meest belangrijke. Met zijn skeletachtige middelvinger graaft hij in boomstammen of kokosnoten op zoek naar lekkers, zijn radaroren immer alert om het geluid van extra proteïnen op te vangen. In Madagaskar lijkt het erop dat de aye-aye de ecologische niche invult die vrijgelaten is door de afwezigheid van spechten.

 

Bij een vogelnestvaren waarin drie nachtactieve wollige lemuren met schattige witte wenkbrauwen slapen excuseert Florent zich. Hij wil even een snelle verkenningsronde maken. Ver weg horen we iets dat op een politiesirene of het geluid van een walvis lijkt. Dat moeten de indri’s zijn, concluderen we. We hadden reeds gehoord over hun klaagachtig gezang dat tot op drie kilometer hoorbaar is. Niet veel later is Florent er weer. “Bingo,” zegt hij, “volg me.” Moeilijke afdaling: boomwortels zorgen voor reliëf op het steile pad; we moeten geconcentreerd lopen. En plots zien we twee indri’s hoog boven in een boom. Florent imiteert hun geluid. Hij wil ze aansteken. Een deel van de familie, wat verderop, begint een concert. Het lijkt wel op het gejank van een Formule 1 race. Het is nu wachten op die boven ons. Plots begint het. Oorverdovend, door merg en been. De indri’s houden zich stevig vast aan de boom, hun kop gaat omhoog, de muil wijd open. De knalrode kleur van hun tong en gehemelte contrasteert fel met hun zwart-witte vacht en het alomtegenwoordige groen van het woud. Ze veranderen van toon door hun muilopening aan te passen: ze kunnen wijd open schreeuwen of fijn getuit roepen.

 

De indri’s zijn vrij punctueel met hun zangstonden. Als je twee uur na zonsopgang of net voor zonsondergang door het bos dwaalt kan je hun gezang niet missen. De hoofdreden van deze luidruchtige concerten is om andere groepen te waarschuwen uit hun territorium te blijven. Mannetjes en vrouwtjes synchroniseren soms hun geroep; ze zingen dan duetten die wel drie minuten kunnen duren. Dan plots stopt het gezang. Het is weer stil. De leden van de groep boven ons bevinden zich nu dichter bij elkaar en concentreren zich op  de lunch. Hun dieet bestaat voornamelijk uit groene blaadjes; niet minder dan veertig soorten worden door hen gesmaakt. Dit laatste is ook de voornaamste reden waarom indri’s niet in gevangenschap kunnen leven: hun dieet is te divers en uniek.

Florent geeft ons teken om verder te gaan. Terwijl wij genoten van het zonet beëindigde concert was hij bezig met het afspeuren van de ons omringende struiken. En yes, als toetje trakteert onze gids ons nog op een prachtig pareltje. Een veertig centimeter lange kameleon kruipt in slow motion over een tak, alsof hij twijfelt over het te volgen traject. Het is een  groenturkoois exemplaar dat met roestbruine en gouden vlekken van patroon voorzien wordt. “Dit is Parson’s kameleon,” weet Florent, “samen met de Oustalet’s kameleon uit het droge zuidwesten van Madagaskar is het de grootste ter wereld.” Als we even later het regenwoud van Andasibe verlaten horen we ver op de achtergrond die andere grootste schreeuwen. Een afscheidslied, besluiten wij.

 

 

Bronnen: Madagascar Wildlife en Madagascar, the Bradt Travel Guide. Beide uitgegeven door Bradt.