Your browser version is outdated. We recommend that you update your browser to the latest version.

MADAFOCUS
Lot 512 E 43 Tsarasaotra
Antsirabe 110
Madagascar

Vragen over Madagaskar gelieve te sturen aan: frank@madafocus.be

Tel: +261 (0) 32 05 087 51

RCS : 2013 B 00004

NIF : 2 001 121 445

STAT : 63319 12 2013 0 00121 

Licence:
043-13/MINTOUR/SG/DGDT/DAIT/SAT



ENGLISH

Facebook pagina

Foto's

Nieuws

Reizen op maat

Groepsreizen

Partners

 

Eerder had ik in Madagaskar al enkele malen het voorrecht gehad uitgenodigd te worden op de unieke ceremonie van het omkeren der beenderen. Maar terwijl het de vorige keren vaak een wat ongemakkelijk ontmoeting tussen schuchtere toeristen en dronken feestvierders betrof werd het ritueel waar mijn groep en ik enkele dagen geleden op werden uitgenodigd een indrukwekkend gebeuren. Dit keer waren we te gast bij een erg uitgebreide familie met leden verspreid over het ganse land. Hierdoor was de om de zeven jaar terugkerende ceremonie erg groots opgezet. De rit van Antsirabe naar het familiedorp ver in de bergen was geen pretje. Onze bus (weliswaar hoog op de wielen) zwoegde anderhalf uur over slingerende rode zandwegen met diepe kuilen. Nadat we de laatste heuvel voor het dorp over klommen werden we echter beloond met een prachtig uitzicht over een vallei waarover een lappendeken van akkertjes gedrapeerd lag. Her en der zagen we groepjes graftombes tussen de moestuinen staan. Omheen een van de clusters merkten we honderden aanwezigen op. Daar moesten we zijn.

 

Famadihana ofwel herbegrafenis

 

De traditie van begraven en herbegraven bij het Merina en Betsileo volk van Madagaskar gaat als volgt: Nadat het lichaam van de gestorvene op een houten draagbaar wordt opgebaard en begint te rotten vangen zijn naasten de lichaamsvochten op. Ze geloven dat ze door dit te drinken de kwaliteiten van de overledene overnemen. De beenderen worden daarna in doeken gewikkeld en bijgelegd in een bovengronds stenen familiegraf. Na deze eerste begrafenis blijven de familieleden met de overledenen communiceren door hen een eerste maal na drie jaar en verder elke zeven jaar uit de tombe te halen. Het stoffelijke overschot wordt in nieuwe doeken gewikkeld en op de tombe gelegd. Tijdens het ritueel wordt er tegen gepraat en komt de overledene de laatste nieuwtjes van de familie en uit het dorp te weten. Deelnemers worden verwacht geen verdriet te tonen en jonge vrouwen zal je stukjes oude wikkeldoek zien wegmoffelen die ze later onder hun bed verstoppen hopend op verhoogde vruchtbaarheid. Nadat de ingewikkelde beenderen enkele malen om het graf heen zijn gedragen worden ze weer in de tombe geplaatst. Dit alles gaat gepaard aan grootse bacchanalen met veel drank en feestelijke gerechten. De lokale brassband met oud koper en trommels zorgt voor de muzikale omlijsting.

 

Onze familie

 

Nadat ik me bij de pater familias van ‘onze’ familie had gemeld en de nodige protocollaire verplichtingen had vervuld konden we ons mengen in het feestgedruis. Daar het hier een enorm grote familie betrof en dus ook een groot aantal voorouders waren de in doeken gewikkelde beenderen niet op maar naast het graf uitgestald. Ik telde zesentwintig overledenen in een kluwen van doeken en touwen die mooi naast elkaar op een gevlochten mat gelegd waren. Om hen heen stonden tientallen familieleden en dorpsgenoten te keuvelen over de gestorvenen. Een neefje uit Antsirabe wist me te vertellen dat er nog maar een fractie van de uitgenodigden aanwezig was. De familieleden uit veraf gelegen plaatsen als Antananarivo en Tulear zouden nu ongeveer in het dorp arriveren en straks processiegewijs onder begeleiding van de fanfare naar de graftombe en het zich daar afspelende feest komen.

 

In het graf

 

Het neefje nodigde me in afwachting van de aankomst van de muziek en meer feest uit om de graftombe te bezoeken. Omdat de Mallagasiers in het tijdelijke van het leven en de eeuwigheid van de dood geloven besteden ze veel meer aandacht aan het huis voor de overledenen dan aan de woningen van de levenden. Graftombes zijn opgetrokken uit vele lagen bakstenen en vaak in een goed onderhouden jasje verf gestoken. Op het zware stenen dak prijkt naast een groot kruis de voor de gelegenheid neergepote nationale vlag. De enthousiaste neef maande me aan hem de tombe in te volgen.  Hij begeleidde me door de lage inkom enkele treden af. Daarna ging het via zijtrapjes omhoog de hoofdkamer in. Als je verwachtte niet meer bij te komen van de stank kwam je hier echt wel bedrogen uit. De grafkamer die ingericht was met verschillende diepe schappen was kraaknet en bevatte helemaal geen onaangename geuren. Mijn gastheer wees me op de aparte plaatsen voor de overleden broers, zussen, ooms en tantes. Sommige delen van de wand waren in een dieprode kleur geverfd en ergens kon ik het woord Jehova herkennen tussen een tekst in het Mallagasisch. “God is je redder”, vertaalde het neefje.

 

Festivalsfeer

 

Terug buiten wendde ik me naar de her en der verspreide kleurrijke kraampjes omheen het feestterrein. Het waren zonder uitzondering rijkelijk gevulde snackbars met onder andere honingkoeken, popcorn, geroosterde pinda’s, bonenprutjes, gefrituurde hapjes, snoep, frisdrank, bier en sterker spul. Hier en daar laveerde al een aangeschoten oom tussen de gehurkte op houtskool kokende tantes. Omheen de mat met overleden familieleden dromden steeds meer en meer mensen. Het ging er erg gemoedelijk aan toe en niemand van mijn groep voelde zich hier onwelkom of niet op zijn plaats. Onderaan de heuvel verscheen een stofwolk waarin luide koperen tonen en ritmisch slagwerk te horen was. De rest van de familie werd hiermee aangekondigd. Een lange stoet dansende mensen kroop langzaam de grafheuvel op. Daar aangekomen verdrongen ze zich nog steeds heupwiegend omheen de stoffelijke overschotten van hun lang geleden overleden familieleden. Hoewel verdriet normaliter niet getoond wordt konden enkele tantes hun tranen toch niet bedwingen. De feestelijke stemming bleef er echter helemaal in. Bovenop het graf had zich een groepje mannen verzameld waarvan enkele in politie-uniform. Tussen hen in stond een wat kleinere man die naar ik later hoorde de dorpschef was. Hij maande de meute mensen tot stilte. De brassband had zich voor het graf verzameld. Toen de chef klaar was met zijn verwelkomingspeech nam iedereen zijn hoed of pet af en zette de band het volkslied in. Hiermee was het feest officieel.

 

Verdere verplichtingen op Madagaskar’s Route National 7 richting het zuiden maakte dat mijn groep en ik ons naar onze reeds ronkende bus moesten begeven. Na een korte rondvraag leerde ik dat iedereen het unaniem eens was: Dit was een erg speciale en indrukwekkende ervaring geweest. Bij het wegrijden stonden ‘onze’ familieleden ons uitbundig uit te zwaaien alvorens hun feest tot in de (ongetwijfeld) kleine uurtjes verder te zetten.